
Coronarografie
1. Inleiding
Een coronarografie is een onderzoek van de bloedvaten rond het hart (de kransslagaders of coronairen). Zo kunnen vernauwingen van de kransslagaders duidelijk worden aangetoond of met zekerheid worden uitgesloten. In functie van het resultaat kan aansluitend aan het onderzoek de vernauwing behandeld worden door middel van een ballondilatatie en/of plaatsing van een stent. Soms wordt ook de pompfunctie van het hart nagekeken en de druk in het hart op verschillende plaatsen gemeten.
2. Wat zijn de kransslagaders?
De kransslagaders lopen op het hart en brengen zuurstof en voedingsstoffen naar de hartspier. We hebben meestal twee kransslagaders: een linker en een rechter. De linker bevat een hoofdstam die zich splitst in twee grote takken. De rechter bestaat slechts uit één bloedvat, de rechterkransslagader genoemd. Al deze slagaders hebben ook verschillende zijtakken.
3. Vernauwingen of verstoppingen kransslagaders
Vernauwingen zijn meestal het gevolg van atherosclerose. In de volksmond wordt dit ‘aderverkalking’ genoemd. Bij de coronarografie kan uw cardioloog nagaan of er vernauwingen zijn ter hoogte van de kransslagaders en zo ja, hoe uitgebreid deze zijn en wat de beste behandeling ervoor is.
4 Voorbereiding
4.1 Voorbereidingen thuis
U moet minstens 4 uur voor de ingreep nuchter zijn. U mag dus niet eten of drinken, met uitzondering van water.
Meld vooraf:
- Allergie voor latex, jodium, contraststof, antibiotica, vis …
- Verminderde nierfunctie
- Diabetes of suikerziekte
- Zwangerschap: in overleg met de arts wordt dan bekeken of deze procedure kan doorgaan.
Medicatie-inname is steeds individueel te bespreken met uw arts. Breng uw medicatie mee in de originele verpakking. Vergeet ook niet een correcte medicatielijst mee te brengen.
Bij bloedverdunners gelden deze richtlijnen:
- Bloedplaatjesremmers zoals aspirine (Asaflow®, Cardioaspirine®, Aspegic®, …), clopidogrel, ticlopidine (Ticlid®), ticagrelor (Brilique®) of prasugrel (Efient®) hoeven niet gestopt te worden.
- Vitamine K-antagonisten zoals Marcoumar®, Marevan® of Sintrom®: dit wordt vooraf besproken met uw arts
- Orale anticoagulantia zoals Pradaxa® (dabigatran), Xarelto® (rivaroxaban), Eliquis® (apixaban) en Lixiana® (edoxaban): dit wordt vooraf besproken met uw arts.
Inname van metformine (Metformax®) wordt 48 uur onderbroken voorafgaand aan het onderzoek.
Indienu inspuitingen met insuline krijgt, geef dit dan op voorhand door aan de verpleging of de cardioloog. Zo kan de dosis voor de ochtend van het onderzoek afgesproken worden.
Overige medicatie neemt u verder zoals u gewoon bent.
Ochtendmedicatie neemt u in met een klein slokje water.
Breng uw toiletgerief mee en een CPAP-toestel als u dit gebruikt.
Breng het formulier ‘INFORMED CONSENT VOOR CATHLAB VAN AZ ALMA IN EEKLO’ ingevuld en ondertekend mee.
4.2 Voorbereidingen in het ziekenhuis
Na opname op de zorgeenheid gebeurt er eventueel nog een bloedafname en kan er nog een elektrocardiogram worden genomen. In een ader van uw arm wordt een infuus geplaatst.
Voor het vertrek naar de katheterisatiezaal krijgt u een operatiehemd.
Een kunstgebit, bril en hoorapparaat mag u inhouden of aanhouden. Uw ondergoed, beha, juwelen en uurwerk moet u uitdoen. Juwelen en uurwerk laat u best thuis. Ga ook best nog eens naar het toilet.
Indien u zich angstig of onrustig voelt, meldt u dit best aan de arts of de verpleging. Zo kan u eventueel een kalmerend middel krijgen indien u dit wenst
5. Hoe verloopt het onderzoek?
5.1 In de katheterisatiezaal of het ‘cathlab
U wordt in uw bed of zetel naar de katheterisatiezaal gebracht. Daar mag u op de onderzoekstafel gaan liggen. Als u nog geen infuus kreeg op de kamer, plaatst de verpleegkundige dit in de katheterisatiezaal. Dit infuus laat toe om tijdens de procedure medicatie te geven. Daarna kleeft de verpleegkundige elektroden op uw bovenlichaam om uw hartslag tijdens het onderzoek te volgen.
Het is zeer belangrijk dat er tijdens het onderzoek geen infecties optreden. Daarom wordt uw huid geschoren en ontsmet op de plaats waar zal worden aangeprikt. Hoewel dit onderzoek in meer dan 90 procent van de gevallen via de polsslagader gebeurt, wordt vaak ook de liesplooi geschoren voor het geval de arts deze toegangs weg moet gebruiken.
5.2 Uitvoering van het onderzoek
De huid ter hoogte van de pols of de lies wordt plaatselijk verdoofd op de plaats waar de katheter moet worden ingebracht. Buiten deze prik is de procedure vrijwel pijnloos, omdat men binnenin de bloedvaten geen pijn voelt. U blijft gedurende het hele onderzoek wakker. Uw lichaam wordt ook afgedekt met steriele doeken, behalve uw hoofd. Deze doeken mag u niet aanraken langs de bovenzijde. Om dezelfde reden dragen de arts en de verpleegkundige speciale kledij, zoals in de operatiezaal.
Er wordt een katheter, een soort dunne slang, tot in het hart of tot in de bloedvaten van het hart gevoerd. Deze katheter kan via verschillende toegangswegen worden ingebracht: in de meerderheid van de gevallen gebeurt dit vanuit de polsslagader. Als dat bloedvat te klein of te bochtig is, kan de arts beslissen om de katheter via de liesslagader of (uitzonderlijk) via de elleboogslagader in te brengen.
Als de katheter op de goede plek ligt, wordt contrastvloeistof ingespoten. Deze vloeistof vult de kransslagaders en maakt het verloop van de vaten zichtbaar. Die worden gefilmd met een röntgenapparaat. Het toestel wordt heen en weer bewogen boven uw borst zodat vanuit verschillende hoeken beelden kunnen worden gemaakt van de kransslagaders. Onmiddellijk na het inspuiten van de contraststof kan u over uw hele lichaam een warm gevoel krijgen en ook het gevoel krijgen dat u moet plassen. Dat verdwijnt na ongeveer 15 seconden.
Tijdens het onderzoek zal de cardioloog u ook enkele malen vragen diep in en uit te ademen en de adem even vast te houden. De arts zal u ook melden wanneer u terug rustig mag ademen.
U kan het verloop van het onderzoek meevolgen op een beeldscherm.
Het onderzoek duurt 30 min tot 1 uur, maar dat kan van persoon tot persoon verschillen.
5.3 Nazorg in de katherisatiezaal
Na het onderzoek wordt de katheter verwijderd. Als het onderzoek via de pols gebeurde, krijgt u een armband over de punctieplaats met daarin een opblaasbaar kussentje dat plaatselijk druk uitoefent. Als het onderzoek via de lies gebeurde, drukt de verpleegkundige het bloedvat af om nabloeding te vermijden. De arts kan er ook voor kiezen om de insteekplaats te sluiten met een speciaal sluitingssysteem voor de liesslagader. Nadien wordt de prikplaats ontsmet en wordt een drukverband aangelegd. U mag van de onderzoekstafel opnieuw in uw eigen bed of zetel plaatsnemen en wordt teruggebracht naar de zorgeenheid. In afwachting verblijft u even in de recovery.
5.4 Nazorg op de kamer
Als het onderzoek via de lies plaatsvond, moet u een aantal uren in bed blijven en zal u één nacht in het ziekenhuis moeten blijven ter observatie. De precieze duur is afhankelijk van de instructies van de arts. Het been met het drukverband in de lies moet stil blijven liggen (niet opheffen of plooien). Zo vermijdt u dat door beweging de slagader weer opengaat en blijft bloeden.
Als het onderzoek via de arm plaatsvond, wordt de punctieplaats afgeklemd met een speciaal polsbandje dat druk geeft op de slagader. Het drukverband aan de pols zal geleidelijk aan losser gemaakt worden door de verpleegkundige volgens instructies van de arts. De hand dient stil te worden gehouden en zo weinig mogelijk te worden gebruikt de eerste 24 uur. In principe is er geen verplichte bedrust na een onderzoek via de pols.
De eerste uren controleren we regelmatig:
- de hartslag
- de bloeddruk
- de temperatuur
- het verband (op nabloeden)
- eventuele zwelling ter hoogte van de insteekplaats
Als u ter hoogte van de insteekplaats of het been een warm, nat gevoel krijgt of een scherpe pijn voelt, moet u de verpleegkundige waarschuwen. Dat zou kunnen wijzen op een bloeding.
Ook bij pijn op de borst moet u de verpleegkundige verwittigen.
De uren na het onderzoek moet u zeker voldoende water drinken zodat de contrastvloeistof vlot langs de nieren wordt uitgescheiden.
Het infuus wordt verwijderd.
6. Mogelijke resultaten
Er zijn 4 mogelijkheden:
- Het onderzoek is geruststellend.
- U krijgt aangepaste medicatie.
- Indien tijdens het onderzoek een vernauwing wordt gezien, kan dit aansluitend worden behandeld. U krijgt dan een zogenoemde ballondilatatie of PTCA (percutane transluminale coronaire angioplastie), eventueel gevolgd door het plaatsen van een stent.
- Er dient een bypassoperatie (overbruggingen) ingepland te worden. Dit wordt besproken op de polikliniek.
De cardioloog zal u hierover meer uitleg geven. Soms wordt beslist om de beelden van het onderzoek te bespreken met andere artsen (bijvoorbeeld in het multidisciplinair hartteam) alvorens een definitieve behandeling wordt voorgesteld.
7. Naar huis
7.1 Ontslag
Als de arts de toelating geeft, mag u de dag van of de dag na de coronarografie weer naar huis. Als u de dag na het onderzoek pas het ziekenhuis mag verlaten, is het ontslag doorgaans voorzien vóór 14.00 uur. De arts en verpleegkundige geven u de richtlijnen voor verdere behandeling mee, net als een ontslagbrief en eventueel aangepaste medicatielijst.
7.2 Aandachtspunten na uw coronarografie
Ver stappen en zelf met de wagen rijden is te vermijden tot 24 uur na het onderzoek. Vraag aan familie, vrienden of patiëntenvervoer om u op te halen bij ontslag. Is dat niet mogelijk, dan mag u naar huis met het openbaar vervoer.
Als het onderzoek werd uitgevoerd via de pols, raden we ten sterkste aan om de eerste 2 dagen:
- de insteekplaats voldoende rust te geven door de arm en de hand niet te veel en vooral niet te bruusk te bewegen
- geen kracht uit te oefenen met de hand of met uw volle gewicht op uw hand te steunen
- de pols niet te overstrekken
- niet te zwaaien met de arm
- niet te slaan of te kloppen met de hand, al dan niet met gereedschap
- geen zware gewichten (emmers, tassen, enz.) te dragen
- de pols niet in warm water te steken. Het is aangewezen het kleine wondje eerst te laten genezen voor u met de hand in het water gaat
- het verband best gedurende twee dagen ter plaatse te laten. Daarna mag het verwijderd worden en mag de aanprikplaats bloot gelaten worden. Indien uw hand na de procedure nog te veel besmeurd zou zijn met bloed, kan u dit met een nat washandje en wat zeep en lauw water wegwassen. U doet er goed aan hierbij de pleister ter plaatse te laten. Lostrekken van het verband kan het stolsel op de slagader losscheuren en opnieuw een bloeding uitlokken.
Wanneer het onderzoek via de lies plaatsvond, mag u de eerste 5 dagen:
- niet fietsen en niet sporten
- ligbad nemen (douchen kan wel)
- geen zware lasten tillen
- niet persen bij stoelgang
7.3 Noodnummers
Bij eventuele bloedingen, plotse zwelling of in geval van twijfel of vragen kan u contact opnemen met de huisarts of met ons. Tussen 08.00 en 17.00 uur doet u dat best op het nummer van het secretariaat Cardiologie: 09 310 08 44, na 17.00 uur via het algemeen nummer van het ziekenhuis: 09 310 00 00.
8. Mogelijke complicaties
Een coronarografie verloopt meestal zonder problemen. Toch dienen wij u te wijzen op mogelijke complicaties.
Een bloeduitstorting (blauwe plek) op de plaats waar de katheter werd ingebracht, is mogelijk en is van voorbijgaande aard. Afwijkingen van het hartritme, een overgevoeligheidsreactie op het contrastmiddel of kramp van de slagader zijn weinig voorkomende en opvangbare nevenverschijnselen.
Bij wijze van volledigheid is het onze plicht u ook te wijzen op de mogelijke gevaren die bij een invasief onderzoek bestaan. Let er wel op dat de onderstaande informatie algemeen is en niet specifiek van toepassing op AZ Alma.
De cijfers liggen een stuk lager naarmate het uitvoerend team meer ervaring heeft. Ons team heeft een ruime ervaring.
- Kans op onverwacht overlijden: <1 op 1000.
- Kans op een onverwacht hartinfarct: <1 op 1000.
- Lokale complicaties ter hoogte van de bloedvaten. Het betreft hier vooral bloedingen na beëindiging van een procedure of beschadigingen van de vaatwand. Dat kan gaan van banale bloeduitstortingen tot problemen die bijkomende heelkundige behandelingen noodzakelijk maken.
- Bloeduitstortingen bij procedures via de lies bij ongeveer 2 op 100. Bij procedures via de pols: <1 op 1000. Vaatwandbeschadiging en aneurysma zijn eerder zeldzaam.
- Bij procedures via de pols kan de gebruikte polsslagader verstopt geraken. Afhankelijk van de geraadpleegde bronnen bedraagt die kans tussen de 4 en 10%. Meestal resulteert dit niet in blijvende problemen.
- Allergische reactie op de contraststof. Dit kan zowel onmiddellijk als laattijdig optreden. De onmiddellijke reactie is zeer hevig en kenmerkt zich door een plotse zwelling over het ganse lichaam maar vooral in het gelaat en de keel waardoor u plots zeer kortademig wordt. Met de juiste medicatie kan dit heel snel opgevangen worden en verdwijnen de symptomen. De laattijdige reactie wordt vooral gekenmerkt door het ontstaan van rode vlekken, eventueel met jeuk.
- Verminderde werking van de nieren. De gebruikte contraststof wordt uitgescheiden via de nieren en kan deze belasten waardoor de werking van de nieren tijdelijk in het gedrang komt. Vooral bij patiënten met een vooraf bestaande gedaalde nierfunctie kan dit optreden. Uitgesproken nierfalen is zeldzaam maar kan leiden tot behoefte aan nierdialyse.
- Infectie, lokaal of algemeen, behoort tot de theoretische mogelijkheden maar komt nauwelijks voor.
Hartcentrum Meetjesland
De thuisbasis van het Hartcentrum Meetjesland is het AZ Alma Eeklo, maar ook in Sijsele, Aalter en Assenede kan u bij ons terecht!
Copyright © 2026 - Hartcentrum Meetjesland | Privacy & Cookies | Handcrafted by CrayonCru®